Profilering, zoals gedefinieerd in artikel 4 lid 4 van de AVG, is elke vorm van geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens waarbij die gegevens worden gebruikt om bepaalde persoonlijke aspecten van een natuurlijk persoon te evalueren. Dit omvat het analyseren of voorspellen van aspecten met betrekking tot de werkprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, interesses, betrouwbaarheid, gedrag, locatie of bewegingen van een persoon.
De AVG legt specifieke waarborgen op voor profilering, met name wanneer deze rechtsgevolgen heeft of het individu op vergelijkbare wijze aanzienlijk treft. Artikel 22 geeft betrokkenen het recht om niet onderworpen te worden aan besluiten die uitsluitend gebaseerd zijn op geautomatiseerde verwerking, inclusief profilering. Organisaties die aan profilering doen moeten transparantie waarborgen over de gebruikte logica, passende waarborgen implementeren waaronder het recht op menselijke tussenkomst, en gegevensbeschermingseffectbeoordelingen uitvoeren voor profilering met een hoog risico.